Logo Nederlandse Stichting voor Doofblinden

Wat doet de Nederlandse Stichting voor Doofblinden voor mensen die niet (goed) kunnen zien én horen?

Het is voor doofblinde mensen erg moeilijk om contact te leggen met andere mensen. Door hun zintuiglijke handicaps is het lastig om op iemand af te stappen en een praatje te maken of om iets te ondernemen. Het risico dat doofblinde mensen in een isolement komen en in zichzelf gekeerd raken, is levensgroot.

De Nederlandse Stichting voor Doofblinden probeert doofblinde mensen en mensen die niet goed kunnen zien én horen uit hun isolement te halen. We proberen de onderlinge contacten tussen doofblinde mensen te bevorderen. Dat doen we door mensen uit te nodigen in een ontspannen, recreatieve en educatieve omgeving. Jaarlijks organiseren we daarom een uitgaansdag en een midweekvakantie.

Dit is mogelijk dankzij de steun en medewerking van een groot aantal vrijwilligers, donateurs en serviceclubs.

Wat is doofblindheid?

In een drukke zaal praten twee mensen met elkaar via handenalfabet.Doofblindheid is een dubbelzintuiglijke handicap. Doofblinden zijn vaak niet volledig doof én volledig blind. Een dove die slechtziend is, een blinde die slechthorend is, of een zeer slechtziende én slechthorende vallen allemaal in de categorie doofblinden.

Definitie doofblindheid
Een gangbare definitie luidt:
'Doofblindheid is de gecombineerde zintuiglijke handicap doof/slechthorendheid en blind/slechtziendheid die ertoe leidt dat mensen zodanig belemmerd zijn in hun communicatie, het verkrijgen van informatie en hun mobiliteit dat zij zijn aangewezen op doofblind-specifieke hulpverlening.'
In een medische definitie wordt doofblindheid beschreven in termen van het aantal decibel gehoorverlies en de mate van visusverlies in scherpzien en de grootte van het gezichtsveld.

Verschillen in doofblindheid
Het moment van ontstaan van de doofblindheid is erg belangrijk voor de mogelijkheden van een doofblinde qua communicatie, mobiliteit en informatieverwerving. Het is gebruikelijk om doofblindheid in drie categorieën in te delen, namelijk:
a) Congenitale doofblindheid
b) Vroeg verworven doofblindheid
c) Ouderdomsdoofblindheid

Congenitale doofblindheid treedt op voor het begin van (gesproken) taalontwikkeling. Vroeg verworven doofblindheid treedt op na de taalontwikkeling maar voor het 65e levensjaar. Ouderdomsdoofblindheid treedt op vanaf het 55e levensjaar.

Communicatie met doofblinden
Er zijn veel verschillende communicatiemethoden. Welke methode gekozen wordt, hangt af van de achtergrond van de doofblinde persoon en de historie van zijn doofblindheid.
Iemand die doof geboren is en later blind wordt, kan vaak als dove al gebarentaal of vingerspellen. Als doofblinde zal hij dan overstappen op vierhandige gebarentaal of vingerspellen in de hand. Iemand die eerst blind is en later doof wordt, zal bijvoorbeeld veelal braille kunnen lezen en goed met een screenbraille uit de 'handen' kunnen.

Veel voorkomende communicatiemethoden in Nederland zijn vierhandengebaren, vingerspellen in de hand en blokletters in de hand. Met sommige doofblinden kan je ook praten door duidelijk te spreken of de tekst met een zwarte pen duidelijk en groot op te schrijven.

Een aantal oorzaken
Een vaak voorkomende oorzaak van doofblindheid is het syndroom van Usher dat zich kenmerkt door een aangeboren doofheid of (progressieve) slechthorendheid en waarbij later een progressieve oogafwijking optreedt, die kan leiden tot blindheid. Rode Hond (rubella) is een oorzaak van aangeboren doofblindheid. Doofblindheid kan zich ook op late leeftijd manifesteren als een combinatie van ouderdomsslechtziendheid en ouderdomsslechthorendheid.

Aantallen
Het aantal doofblinden in Nederland wordt geschat tussen de 33.000 tot 38.000. Van hen hebben ruim 3.500 mensen ook een verstandelijke handicap. Ongeveer 2000 mensen zijn doofblind vanaf hun geboorte (congenitale doofblindheid). Ca. 1000 mensen zijn in de loop van hun leven doofblind geworden (vroeg verworven doofblindheid). De grootste groep doofblinden (naar schatting 30.000 - 35.000) wordt gevormd door mensen die op 55- of latere leeftijd doofblind zijn geworden (ouderdomsdoofblindheid).